Geen hoger risico op nitraatuitspoeling bij scheuren

Geen hoger risico op nitraatuitspoeling bij scheuren van grasland tot 1 juli


In het kader van de Nitraatrichtlijn is met de Europese Commissie afgesproken dat grasland op zandgrond alleen in het voorjaar mag worden gescheurd (tot 31 mei). Voor de melkveehouders zou verruiming van deze periode tot 1 juli beter passen in hun bedrijfsvoering en het mogelijk maken om nog één of twee grassneden te oogsten. In 2010 en 2011 heeft Alterra, onderdeel van Wageningen UR, in opdracht van het Productschap Zuivel veldproeven op zandgrond uitgevoerd met als doel het bepalen van het effect van tijdstip van scheuren van grasland in het voorjaar op de hoeveelheid minerale stikstof in het najaar. De hoeveelheid minerale stikstof in het najaar is een indicator voor nitraatuitspoeling. De vier proeven lieten zien dat het scheuren van grasland op verschillende tijdstippen in het voorjaar (tot 1 juli) gemiddeld niet leidde tot meer minerale stikstof in de bodem in het najaar. Het scheuren van grasland in het voorjaar leidde in deze proeven dus niet tot een verhoging van het risico op nitraatuitspoeling.

Bij scheuren en herinzaai van grasland in het voorjaar kan de stikstof die tijdens het groeiseizoen vrijkomt door mineralisatie (grotendeels) worden opgenomen door de nieuwe graszode. Bij het scheuren in het najaar komt ook veel stikstof vrij, maar de stikstofopname door het in het najaar ingezaaide gras is veel geringer dan die door het in het voorjaar ingezaaide gras. Hierdoor is het risico op nitraatuitspoeling hoger bij scheuren in het najaar dan bij scheuren in het voorjaar.

In het kader van de Nitraatrichtlijn is in 2006 met de Europese Commissie afgesproken dat scheuren van grasland op zandgrond alleen in het voorjaar is toegestaan. Vanaf 1 januari 2010 is de einddatum gelegd op 31 mei, mits melkveebedrijven aansluitend opnieuw gras telen. Voor de landbouwsector zou verruiming van de periode van het scheuren van grasland tot 1 juli beter passen in hun bedrijfsvoering en het mogelijk maken om nog één of twee sneden te oogsten voordat er wordt gescheurd.

Opzet van het onderzoek
In 2010 en 2011 is veldonderzoek uitgevoerd op twee locaties (zandgrond met verschillende grondwatertrap) met als doel het bepalen van het effect van tijdstip van scheuren en herinzaai van grasland in het voorjaar (tot 1 juli) op het risico op nitraatuitspoeling. In het onderzoek is gedurende twee jaar de hoeveelheid minerale stikstof in de bodem in het najaar gemeten na het scheuren van grasland op drie tijdstippen in het voorjaar en in niet-gescheurd grasland. De hoeveelheid minerale stikstof in de bodem in het najaar is een indicator voor het risico op nitraatuitspoeling.

Resultaten
In beide jaren was er sprake van (extreem) droge omstandigheden in het voorjaar waardoor de grasgroei sterk werd vertraagd, vooral van het nieuw ingezaaide gras. Daardoor moest er worden beregend, onkruid bestreden en op sommige tijdstippen moest het gras opnieuw worden ingezaaid. De zomers van 2010 en 2011 waren nat en de groeiomstandigheden voor gras gunstig. Het nieuw ingezaaide grasland heeft zich daardoor in beide jaren tijdens de zomer goed kunnen herstellen van de droge periode in het voorjaar.
Er waren kleine verschillen in de hoeveelheid minerale stikstof in het najaar tussen de scheurtijdstippen. Een statistische analyse van alle resultaten liet zien dat er geen statistisch significante verschillen tussen de objecten waren in de hoeveelheid minerale stikstof in november.

Conclusie
Het onderzoek liet zien dat, ondanks de slechte groeiomstandigheden in de periode van herinzaai, het scheuren van grasland in het voorjaar (tot 1 juli) gemiddeld over alle proeven niet leidde tot meer minerale stikstof in de bodem in het najaar. Het scheuren van grasland in het voorjaar leidde in deze proeven dus niet tot een verhoging van het risico op nitraatuitspoeling.

bron: Alterra - Wageningen UR, 06/03/12